Feit: Op ieder moment van de dag worden we omringd door bacteriën. De kans op besmetting bij verwonding is altijd aanwezig.
Eerste Hulp bij wondjes
Bij een kleine wond of sneetje – zoals een insectenbeet, een snijwond of een schrammetje – kun je het risico op infectie sterk verminderen door het wondje goed schoon te maken, het wondje te ontsmetten met bacteriedodend middel en het wondje af te dekken met een pleister of steriel gaasje.
Goed ontsmetten en verbinden
Het ontsmetten met een desinfecterend middel doodt een groot deel van de bacteriën in de wond en voorkomt zo een mogelijke infectie. Het verband zorgt er op zijn beurt voor dat er geen nieuwe bacteriën in het wondje binnendringen.
Voorkom infectie
Het gevaar van een infectie wordt nog wel eens onderschat, terwijl de gevolgen toch groot kunnen zijn. Een onschuldige wond of sneetje kan namelijk in korte tijd uitgroeien tot een ernstige infectie. Onderschat dus nooit het gevaar van een infectie en neem de nodige maatregelen. Ontsmetten is daarbij het devies. Zo moet je niet alleen de wond of het sneetje zelf goed ontsmetten. Maar zeker ook je eigen handen. Was daarom altijd je handen voor én na de behandeling van wond of sneetje. Gebruik daarvoor bijvoorbeeld Dettol antibacteriële wasgel. Deze vloeibare zeep helpt de verspreiding van bacteriën voorkomen, zodat je het risico op infectie via je handen verkleint.
Tips voor de behandeling van wond of sneetje
- Was en droog je handen zeer goed.
- Maak het wondje of sneetje schoon door deze goed uit te spoelen onder stromend water.
- Droog de wond voorzichtig met een tissue.
- Als de huid rond de wond vies is, dek deze dan tijdelijk af met een steriel gaasje.
- Maak de omliggende huid schoon met zeep en water om zo infectie tegen te gaan. Zorg dat er geen vuil in de wond terechtkomt.
- Dep de huid droog, behandel de wond met een ontsmettingsmiddel en plak er dan een pleister of gaasje op. Hiermee beperk je de kans op infectie.